Stal Hereditas

Cultureel erfgoed op 4 benen

De Kladruber 


De Kladruber is een zeldzaam barok ras uit Tsjechië en worden alleen in de kleuren schimmel en zwart gefokt. Er zijn er slechts 2000  van deze paarden wereldwijd . Ze staan als enige dier op de Unesco erfgoed lijst. Het stamboek is gevestigd op de eeuwenoude staatsstoeterij in Kladruby waar de schimmels van de staatsstoeterij gefokt worden. De zwarte Kladrubers waren bijna uitgestorven en zijn via een fokprogramma gelukkig gered en hun staatsstoeterij ligt in Slatinany. 


De raskenmerken van de Kladruber


De Kladruber is er alleen in zwart en schimmel . Het  is een barok paard ( tijdens de renaissance ontstaan uit de Spaans/ Portugese paarden voor koningshuizen) en als enige barokke ras vallen zij onder de grote paardenrassen.

 Vanwege de gemeenschappelijke voorouders vertoont de Kladruber veel overeenkomsten met de Lipizzaner, echter is de Kladruber veel groter. 

Het Kladruber paard heeft een vriendelijk en uitgebalanceerd karakter, maar kan zijn temperament tonen wanneer dat van hem gevraagd wordt. Wel kan de Kladruber eenkennig zijn naar zijn baas en als puber wat dominant. De Kladruber schimmel is iets fijner gebouwd dan zijn zwarte soortgenoot. Van koetspaard heeft de Kladruber zich in de loop der tijd ontwikkeld tot een veelzijdig, klassiek uitziend paard dat op verschillende manieren kan worden ingezet. Je komt hem in de mensport vaak op hoog niveau tegen maar ook voor de klassieke dressuur word hij graag gebruikt. De aristocratische uitstraling van dit ras is altijd goed bewaard gebleven. 


 




Oorsprong en geschiedenis van de Kladruber

Halverwege de 16e eeuw liet Keizer Maximiliaan II Spaanse en Italiaanse barokpaarden kruisen met Ierse, Deense, Holsteiner en Oldenburger bloedlijnen. Dit vond plaats op een landgoed in het Tjechische dorpje Kladruby nad Labem. Hiermee legde hij de basis voor een hofstoeterij die zich volledig concentreerde op het fokken van ceremoniële koetspaarden. Zelfs eeuwen later behoort het kopen van een Kladruber nog steeds tot de mogelijkheden. Men wilde destijds een zwaar maar tegelijk elegant koetspaard fokken. Het moesten vooral imposante paradepaarden zijn die in een zes- of achtspan de koninklijke koetsen konden trekken. Op 14 april 1579 werd de hofstoeterij officieel geopend door keizer Rudolf II. Na verloop van tijd ging men ook paarden uitwisselen met andere hofstoeterijen zoals Lipica - de bakermat van de wereldberoemde Lipizzaner. Hoewel de Kladruber in het begin in meerdere kleuren bestond, werden er vanaf de 18e eeuw nog uitsluitend schimmels en zwarte paarden gefokt. Ook nu nog is de nationale stoeterij in Kladruby de thuisbasis van de schimmels. De zwarte paarden worden gehouden in het nabijgelegen dorp Slatiňany.


 


 

De Kladruber in de paardensport

Het Kladruber paard beschikt over veel lichaamskracht. Met zijn vorstelijke stap en hoge kniegang in de draf is de Kladruber het ideale menpaard. Hij is tegenwoordig op veel internationale concoursen te vinden waar hij vaak deel uitmaakt van een meerspan. Steeds vaker zijn het dressuur- en recreatieruiters die een Kladruber kopen. Ook vandaag de dag is de Kladruber aan koninklijke hoven te vinden. Zo lopen er in Denemarken regelmatig Kladrubers voor de koets van de koningin. In Zweden wordt de Kladruber gebruikt door de koninklijke garde. In Tsjechië zelf ziet men de Kladruber bijvoorbeeld bij festiviteiten rond de Praagse Burcht. Vanwege zijn betrouwbare karakter doet de Kladruber ook in steeds meer landen dienst als politiepaard.